Vlierbloesemchampagne
Voor de beste smaak pluk je vlierbloesem op een warme, zonnige dag. Laat altijd voldoende bloesem hangen voor insecten, toekomstige vlierbessen en andere wildplukkers.
Het uiteindelijke alcoholpercentage hangt af van de hoeveelheid suiker én van de aanwezigheid van wilde gisten. Omdat wilde gisten meestal minder sterk vergisten dan bijvoorbeeld wijngist, blijft het alcoholpercentage vaak wat lager. Reken gemiddeld op ongeveer 0,5% tot 8%, al ligt het in de praktijk meestal rond de 5 à 6%.
In dit recept gebruiken we 125 gram suiker per liter. Wil je een drogere champagne? Laat de drank dan langer vergisten zodat de suiker verder wordt omgezet.
De basis van dit recept vond ik ooit in het boek Overleven op je eigen km² van Dick Strawbridge en James Strawbridge.
De stappen
En dan?
Na korte tijd zul je merken dat het begint te bruisen. Dat betekent dat de wilde fermentatie op gang komt.Tijdens de vergisting ontstaat koolzuur en dus druk in de flessen. Controleer daarom dagelijks hoe hard de flessen aanvoelen.
Zijn ze helemaal strak geworden en kun je ze niet meer indrukken? Draai de dop dan voorzichtig een stukje los zodat er wat gas ontsnapt. Laat genoeg druk weg zodat je de fles weer iets kunt indrukken en draai daarna de dop weer dicht.
Deze stap is belangrijk. Je wilt bruisende champagne, geen keuken vol plakkerige vlierbloesemexplosies!
Na ongeveer twee weken wordt de vergisting meestal rustiger. De champagne is dan klaar om koel weg te zetten.
Laat voor het bewaren nog één keer voorzichtig wat druk ontsnappen en bewaar de flessen daarna op een koele plek. Je kunt de champagne direct drinken, maar een extra rijpingstijd geeft vaak nog meer smaakdiepte.
Blijf ook tijdens het bewaren af en toe controleren of de druk niet te hoog oploopt.
Serveer goed gekoeld en geniet van een glas zomer in vloeibare vorm!






